Of je nu met je hakken over de sloot raakt, of cum laude slaagt, maakt echt wel een groot verschil uit. Niet bij elke latere studiekeuze of elke werkgever. Maar zeker wel voor jezelf: er is een groot verschil of je slechts 51% van de leerstof begrijpt, of 99%. Hoe meer kennis en inzicht, hoe beter je daar later op kan voortbouwen. En voor sommige studies zoals een doctoraat, chirurg, piloot, ingenieur kunnen er ingangsexamens of beoordelingen zijn waar die uitslag wel mee bepaalt of je toegelaten wordt. Bij sommige werkgevers ook.
Bij veel hogere opleidingen en latere werkgevers, telt ook je inzet: je 100% inzetten. Net zoals bij sporters. Diegenen die er zomaar wat bijlopen voor het geld zonder zich in te zetten, worden uitgejouwd. Diegenen die zich 100% geven en vooraan lopen, worden op handen gedragen, daar kijken de mensen naar op. Terecht, vind ik.
En je doet het ook voor jezelf: als je met je hakken over de sloot raakt, als laatste van de klas, knaagt dat heel de rest van je schoolcarriere, en mogelijk je werkcarriere.
Dus ik vind het schitterend dat je zo hoog mogelijk mikt.
Maar helaas kan ik niet veel concrete tips geven, want het systeem in NL verschilt heel erg van bij ons in Vlaanderen. Misschien toch deze tips:
- Zorg tijdens het jaar dat je alle terminologie, alle symbolen, alle formules, en alle regels goed begrijpt. Nooit zomaar iets klakkeloos van buiten leren zonder het te begrijpen.
- Dus je moet al die verbanden echt 'zien', bij wijze van spreken. Het moet een deel van jezelf zijn. Net zoals fietsen: daar moet je ook niet over nadenken, je moet die bewegingen niet van buiten leren en dan moeizaam herinneren.
- Zorg ook dat je alle vaktermen (en alle gewone woorden) volledig begrijpt. Je moet van ieder woord de betekenis kunnen uitleggen, ook van de kleine woordjes. Wat betekent het, wat doet het in die zin? Bijvoorbeeld het woordje "van" kan een hoop verschillende betekenissen hebben: het kan verwijzen naar de afkomst van iets (een tekst van de oude Grieken), naar het materiaal (een boek van papier), het onderwerp (een boek van wiskunde), de eigenaar (een boek van mij), een richting (de wind komt van het oosten), een beginpunt in tijd of plaats (we vertrekken van hier, en de rit duurt van 10u tot 12u), enz. Dus je moet al die betekenissen kennen en vlot kunnen uitleggen, van alle woorden.
- Idem voor de vaktermen van het onderwerp. Als je woorden niet begrijpt, blijven dat vraagtekens in die zin. Dus dan valt die zin uit elkaar in lossen brokken zonder samenhang en zonder zinvolle betekenis.
- Idem voor alle symbolen in wetenschappelijke vakken.
Dus dat moet je onder het jaar goed bijhouden, zodat je van dat vak alle verbanden en alle termen echt 'ziet' en actief kan gebruiken. Alleen iets actief kunnen gebruiken, dus dingen kunnen doen op dat gebied, is echte kennis. Iets kunnen 'herkennen' is geen echte kennis: kunnen herkennen dat iemand anders kan dansen, maar jij niet. Dus dan kan je niet dansen.
Je moet formules eerst begrijpen, de verbanden zien, voor je ze van buiten leert.
Daarnaar moet je streven. Samenvattingen maken helpt ook, want dat verplicht je om over het onderwerp na te denken, om de essentie te scheiden van de bijzaken. Een lijst met formules, regels, en definities is ook altijd handig.
En verder af en toe natuurlijk onnozele dingen van buiten leren: welke middeleeuwse koning vogelde met welke minnares, en welke oorlogen kwamen daaruit voort? Dat moet helaas ook om te slagen...