Door de ogen van Appie (20): van taxichauffeur tot plofkraker

Dit is een true story. Namen, plaatsen en details zijn aangepast zodat 'Appie' anoniem blijft.

In ‘Door de ogen van…’ lees je verhalen van jongeren die (even) vastliepen. Van problemen thuis, struggles met seksualiteit, met school tot verslaving en criminaliteit: hun verhalen kunnen over van alles gaan.

In deze blog vertelt Appie (20) hoe hij in de criminaliteit terecht kwam en uiteindelijk plofkraken zette in Duitsland.

“Dankjewel hè. Slaap lekker”, zeg ik tegen mijn laatste klant van de nacht die ik weer netjes thuis heb afgezet na een avond stappen in Utrecht. Ik haal het taxibordje van mijn auto en rijd naar huis. Het is zondagochtend en de weg is leeg. Dit is altijd een momentje waarop ik mijn hoofd kan leegmaken. Ik heb het geluk dat ik veel ritten heb, maar dat maakt het leven ook hectisch. Morgen ben ik vrij en dan zie ik mijn vrienden weer.

Na lekker uitgeslapen te hebben, sta ik op de afgesproken tijd op de hoek bij het park waar we altijd verzamelen. Eén voor één komen ze aan. Deze jongens zijn als broers voor me. We zijn praktisch samen opgegroeid. Na een tijdje rijdt er een Audi RS6 langs. Die zien we niet zo vaak hier, maar deze herken ik meteen. Het is de auto van Moussa. Net als de andere jongens ken ik hem ook al heel lang. Hij was vroeger mijn buurjongen. Moussa stapt uit en voordat hij de kans krijgt om ons te groeten, rennen mijn vrienden al op hem af. “Hoe heb je dit gefixt, Moes? Hij is wel heel dik hoor!”, zegt Younes. “Ja boys, als je de dingen doet die ik doe kan je ook zo’n waggie halen.” Ik ben zelf ook wel een autoliefhebber en de RS6 is m’n droomauto. Moussa weet dit en komt langzaam op me aflopen. “Wil je niet wat extra bijverdienen?”, vraagt hij. “Haha ik ben al druk genoeg met m’n ritjes.”, antwoord ik. “Is goed, je hebt liever je VW Polo en ZARA-kleding. Ik snap het”, lacht Moussa. De rest van de groep lacht. “Als je je bedenkt kan je me altijd bellen”, zegt ie. Hij groet ons met een zwaai en rijdt weg.

Sms’je
Die avond zit ik op de bank met mijn ouders. Ja, ik woon nog bij m’n ouders. Zoals iedereen van mijn leeftijd eigenlijk. Mijn ouders zijn best traditioneel en vinden dat ik pas uit huis mag als ik ga trouwen. Ergens vind ik dat jammer, maar zo erg is het ook weer niet. Door mijn baan heb ik vrijheid genoeg. Vroeger was het anders, toen was het minder fijn thuis. We hebben niet altijd breed gehad, waardoor m’n ouders bepaalde keuzes maakten en spanningen hoog op konden lopen in huis. Daarom ben ik vroeger even uit huis geplaatst, zodat mijn ouders hun dingen op een rijtje konden zetten. Nu zijn ze nog steeds niet rijk, maar ze gaan in ieder geval weer goed met elkaar om en de band tussen mij en mijn ouders is sterker dan ooit. Dat maakt dat ik ze trots wil maken.

Ik krijg een sms’je binnen. “Yo, bro”, staat er. Ik besluit erop te reageren en vraag wie het is. Er komt gelijk reactie. “Je beste mattie, Moussa. Kom naar buiten, ik wacht op je.” Inderdaad, daar staat de Audi die ik vandaag ook al had gezien. Ik stap in en Moussa laat er geen gras over groeien. Hij komt meteen ter zake. “Heb je nog nagedacht over mijn voorstel?” “Nee”, antwoord ik. Ik lieg, ik heb er zeker wel aan gedacht. Sterker nog, ik heb er de hele middag aan gedacht. “Dit is een kans voor jou”, zegt Moussa. “Met mijn business kan je jouw jaarsalaris in één dag maken. Dan kan je je ouders een huis in Marokko geven. Dat is toch wat je wil?” Moussa kent me zo goed. Ik zou dat heel graag willen doen voor mijn ouders. En ik zou ook wel een Gucci-riem en een Louis Vuitton-pet willen. Om over die RS6 nog maar te zwijgen. Toch besluit ik niet toe te zeggen. “Te veel risico bro. Ik wil niet vast komen te zitten”, zeg ik vastberaden. Ik zie aan Moussa’s gezicht dat hij dit liever niet wilt horen. Hij kijkt me recht in de ogen aan en zegt dat ik gezien word als de bitch van de wijk als ik niet doe wat hij zegt. “Met deze houding ga je nog een keer beroofd worden in die taxi van je”, dreigt Moussa. “Oké, oké”, zeg ik. “Vertel me meer.” Moussa kijkt weer vriendelijk zoals ik hem ken. “Goed, vertellen komt later, nu houd je deze bij je. Ik bel je morgen ja?”, Moussa drukt een Nokia in mijn handen en doet de deur aan mijn kant open. Ik neem de telefoon aan en verlaat de auto.

“Wat bedoel je met het echte werk, Moes?”
Een dag later sta ik weer op dezelfde hoek als gisteren. Moussa stuurde in een sms’je dat ik na 22:00 ’s avonds buiten moest staan. Als ik even later instap zie ik dat mijn twee beste vrienden ook in de auto zitten. Younes en Bilal. Moussa heeft hen dus ook gevraagd! We rijden naar een industrieterrein vlakbij de snelweg. “Hier bereiden we onze missies voor”, zegt Moussa. Het pand lijkt van buiten op een garage, door de vele auto’s die er staan. Zodra we binnen zijn legt Moussa uit wat de bedoeling is. “Voordat jullie het echte werk gaan doen, moeten jullie eerst laten zien uit wat voor hout jullie gesneden zijn. Maar geen stress. Ik ken jullie lang en ik zou jullie anders niet gevraagd hebben voor dit. Vergeet niet, we doen dit voor onze ouders en voor onze wijk.” Younes, Bilal en ik blijven stil en kijken elkaar aan. “Wat bedoel je met het echte werk, Moes?”, vraagt Younes. Weet Younes echt niet wat hij gaat doen? Of waar Moussa mee bezig is? Ik dacht dat iedereen dat wel wist. “Goede vraag, Younes”, zegt Moussa. “Jullie heren gaan ploffies doen in Duitsland. Oh ja en jullie gaan rijk worden. Voordat jullie dat gaan doen, moeten jullie eerst een waggie stelen en een bom plaatsen. En daarom zijn we hier.” Het wordt wel heel serieus ineens. Moussa maakt de dienst uit. Bilal en ik moeten een auto stelen en Younes blijft achter om te oefenen met de explosieven.

Dit gaat wel héél snel. Een halfuur geleden was ik nog op het industrieterrein en nu zit ik met een bivakmuts op mijn hoofd in een busje, onderweg naar een auto om die te stelen. Bilal lijkt minder moeite te hebben met het tempo waarop we te werk moeten gaan. “Kom op, Appie. We gaan rijk worden bro.” Bilal heeft gelijk. Dit is mijn kans om mijn ouders echt uit de financiële problemen te helpen. “Hier staat de waggie die jullie moeten stelen”, zegt de chauffeur en hij wijst naar de Audi RS6 die in een straat geparkeerd staat. Het busje wordt naast de auto gezet, zodat Bilal en ik meteen aan de slag kunnen. Moussa heeft uitgelegd wat we moeten doen. De auto staat voor de deur van een huis. Bilal loopt naar de voordeur en gaat er met een soort signaalversterker voor staan. Dit is een trucje waarmee het signaal van de sleutel wordt versterkt, waardoor je de auto vanaf afstand kan openen en starten. “Hij is open!”, roep ik. “Loesoe, loesoe!”, schreeuwt Bilal. En we scheuren weg. “Wooohooooo!” Alle adrenaline komt eruit. Bij mij en bij Bilal. “We got it!”

Even later rijden we weer het industrieterrein op. Het is er stil. Er bekruipt mij een raar gevoel. Als we dichterbij de garage komen, kan ik het beter zien. Overal ligt bloed en er hangt een sterke vuurwerkgeur. We stappen uit en Moussa komt gelijk naar ons toe. “Ewa, boys. Gelukt zie ik.” Bilal en ik knikken. “Bilal, ik heb nog iets voor jou man. Deze waggie moet nog getest worden. Rijd naar de A2 en test hoe hard je kan racen, saffe? Het is al laat, dus er zijn weinig auto’s op de weg.” Bilal knikt, geeft ons een boks en loopt weg. “Wat is hier gebeurd, Moes? Overal bloed hiero”, vraag ik. Moussa slaat zijn arm om me heen en we lopen naar het kantoortje van de garage. “Het is misgegaan man”, zegt Moussa. “Het explosief ging te vroeg af. Het is ontploft in Younes zijn handen.” De tranen springen in mijn ogen. “ Waaat, hoe kon dit gebeuren?”, zeg ik, terwijl ik helemaal sta te trillen. “Weet niet man, hij deed alles goed”, zegt Moussa terwijl hij me probeert in de ogen te kijken. Ik kan alleen nog maar naar beneden kijken. Mijn beste mattie, dood door een explosief! Moussa komt dichterbij, tilt mijn hoofd op met een vinger onder mijn kin en kijkt me diep in mijn ogen aan. “Deze ploffie gaat ook voor hem zijn. Hiermee kunnen we ook zijn familie helpen.” En hij geeft me een kleine tik op mijn wang. Ik wrijf de tranen uit mijn ogen en knik instemmend. “Waar is Younes nu?”, vraag ik snikkend. “We hebben Younes zelf opgeruimd, ambulance en politie kan hier niet komen, dat snap je hopelijk. Ga nu maar naar huis. Mondje dicht. Morgen rijden we naar Duitsland.”

De plofkraak
De dag van de plofkraak is aangebroken. Ik heb nauwelijks geslapen. Door de stress, ongeloof en verdriet. Mijn broeder is weg.
Gelukkig is het ongeveer 7 uurtjes rijden naar de locatie in Duitsland. Hopelijk kan ik in de auto slapen, maar ik betwijfel het. Bilal komt als het goed is voorrijden met de gestolen auto van gisteren. Ik heb alleen niets meer van hem gehoord. Weet hij wel wat er is gebeurd met Younes? Even later rijdt er een andere auto voor, zonder Bilal. Het is Moussa samen met zijn partner Salim. “Stap in”, zegt Moussa koeltjes. Het is stil in de auto. Er hangt een gespannen sfeer, ik durf niks te vragen of te zeggen. Om 7:00 zet Salim het nieuws aan.“Rond 3 uur vannacht is een Audi RS6 tegen de vangrail gereden op de A2. Dit gebeurde nadat hij moest uitwijken voor een auto. De Audi reed zo hard, dat de bestuurder de controle over het stuur verloor. De bestuurder was op slag overleden.” Salim zet de radio weer uit. Het kwartje valt meteen bij mij. "Nee, óók Bilal?”, vraag ik angstig. Beide mannen knikken. “Houd je focus, Appie. Dit gaan we fixen voor je matties”, zegt Moussa. Dat is de laatste zin die wordt uitgesproken tijdens deze autorit. Ik voel me verlamd.

“Willkommen in Deutschland”, staat er op het bord. We stoppen voor een koffie, een broodje en weer door. Nog steeds zwijgend.
Hier is het, hier gaan we het doen. Moussa wijst naar de twee geldautomaten die aan onze linkerkant staan. “Oké Appie, ready? Doe je bivak op. Zodra we stilstaan stappen we gelijk uit. Jij neemt de tas mee.” Volgens Moussa is het heel makkelijk om zo’n automaat te openen en tot mijn verbazing klopt het ook nog. Ik schuif voorzichtig het explosief in de opening. We nemen wat afstand en BOEM. Naast de knal, die al vrij hard was, gaat er ook een oorverdovend alarm af. Moussa schreeuwt: “Kom, kom. Snel, vullen die tassen!” Zonder nadenken ren ik op de automaten af. “Oké genoeg”, roept Moussa. We rennen terug naar de auto. Ik ben het meest bang voor de politie, maar die zijn nergens te bekennen. Binnen 10 minuten zitten we weer op de snelweg richting Nederland. “Trots op je broer!”, schreeuwt Moussa.

Eenmaal terug in de garage, wordt het geld geteld: 300.000 euro… “Dit is voor jou, Appie”, zegt Moussa. Ik ontvang mijn deel. Tot mijn verbazing is het maar 40.000 euro. “Ik pak het meeste”, vervolgt Moussa. “Ik heb jullie ten slotte gevraagd en ik heb zelf de missie gedaan. Maar komt goed, ik zorg ervoor dat een deel bij Bilals en Younes’ ouders komt.” Ik knik en besluit om naar huis te gaan. 
(foto: NOS, archief)

Ploffies plegen is nu mijn werk...
Na een gebroken nacht, zit ik op m’n bed te kijken naar het pak geld dat ik in mijn handen heb. Wordt dit mijn leven? Met 40.000 euro kan ik niet helemaal stoppen met werken. Nu zit ik in dit wereldje, daar kan ik nu niet uitstappen. Er is geen andere optie. Ploffies plegen is nu mijn werk.

Twee jaar later…
Ik ben bijna twee jaar plofkraker geweest. In die tijd heb ik nog nooit een spoor van de scotoe gezien. Tot twee weken geleden…, toen bleek dat er verschillende telefoongesprekken afgetapt waren en de PGP-berichtenservice gekraakt was. Met dat systeem konden we altijd veilig berichten naar elkaar sturen zonder dat de servers gekraakt konden worden. Dus wel. We zijn gepakt en ik zit nu in voorarrest met een enkelband. Elk uur gaat er een signaal vanaf die enkelband naar de reclassering. Dat signaal is mijn locatie. Dat betekent dat ik elk uur van de dag op een moment in mijn eigen woonkamer moet zijn. En daar heb ik nog geluk mee, want dat geeft me wel enige vrijheid. Als ik 10 minuten buiten sta, ben ik al bijgepraat over wat er gebeurt op straat en zorg ik ervoor dat iemand geld voor mij gaat verdienen. Maar eigenlijk wil ik m’n leven niet meer op deze manier leiden. Ik zou zo graag weer teruggaan naar het werk als taxichauffeur. Deze lifestyle heeft me alleen maar problemen gegeven. Ik ben m’n beste matties verloren, mijn ouders zie ik nauwelijks en er hangt een flinke celstraf boven m’n hoofd.

Jongerenwerker Nahuel 
Vandaag is het een jaar geleden dat ik mijn enkelband kreeg. Er is nog steeds geen uitspraak gedaan. Ik heb best veel nagedacht over wat er allemaal is gebeurd en wat ik met mijn leven heb gedaan. Vorige week heb ik contact gehad met een jongerenwerker die ik nog ken van vroeger in het buurthuis, Nahuel. Vandaag spreek ik hem, we gaan het hebben over hoe ik ooit weer in de maatschappij terug kan komen.

“Ik wil je graag helpen, Appie. Ik weet dat je in principe een goede jongen bent en dat je het kan, op het rechte pad blijven. Maar met de straf die boven je hoofd hangt, wordt het lastig om nu werk te vinden.” Nahuel is aardig, maar ook heel duidelijk en eerlijk. “Waarom wordt het lastig, ik heb niemand wat aangedaan?”, vraag ik. “Nou ja, niemand wat aangedaan. Die plofkraken zet je niet zonder risico. Voor jou en voor de omwonenden van de geldautomaat. Daarnaast heel praktisch: je hebt een VOG (verklaring omtrent gedrag) nodig en die ga je nu never nooit krijgen met een enkelband.” Hier was ik al bang voor. “Oké, en nu?”, vraag ik. “Ik kan je natuurlijk altijd blijven steunen en meedenken en dat ga ik ook doen”, antwoordt Nahuel. Je weet dat je jaren moet zitten. Wij komen dan regelmatig langs bij je. Ook gaan we samenwerken aan een plan voor je toekomst waaraan je al kunt beginnen tijdens je straf. Ik knik, maar toch denk ik: wat heeft het voor zin? Ik kan toch niet terugkeren in de maatschappij, maar ik moet wel aan geld komen. F*ck it man, als het systeem zich tegen mij keert, doe ik hetzelfde tegen het systeem. Ik groet Nahuel en ga weg.

De dag des oordeels
Het is gebeurd. Na anderhalf jaar wachten heeft de rechter vandaag uitspraak gedaan: 10 jaar cel. Ik had vandaag eigenlijk een afspraak met Nahuel, maar ik moet hem helaas teleurstellen want ik zal er niet zijn. Net zoals alle andere mensen die het goed met me voorhadden, heb ik nu ook hem teleurgesteld. Waarom? Omdat ik uit voorzorg al een maand geleden ben vertrokken. Ik zit nu al 4 weken in Dubai. Morgen vlieg ik weer ergens anders heen. Ik ga echt niet de gevangenis in, het is niet mijn schuld dat ik hierin verzeild ben geraakt. Ik voel me niet verantwoordelijk hiervoor. Ik wilde weer de maatschappij in en dat kon en mocht niet. Dus zal ik blijven vluchten. Ze zullen me wel een lafaard vinden. Ze kunnen m’n rug op. Het maakt me niet uit wat ze denken. Nu niet, nooit niet. Mijn leven is verpest. Ik was liever taxichauffeur gebleven, maar dat is me niet gelukt. Nu is het kat en muis, voor altijd.

Pakkans is groot
In dit verhaal wordt Appie pas na bijna 2 jaar gepakt. Intussen is er veel veranderd en is de pakkans vele malen groter.
In Nederland hebben plofkraken op pinautomaten geen zin meer. Eén van de wapens is lijm: bij een explosie plakt al het geld aan elkaar en is echt niet meer te gebruiken.

Daarom wordt er uitgeweken naar Duitsland waar veel meer pinautomaten zijn en de maatregelen nog achterlopen. Uit de regio Utrecht komen veel plofkrakers die in Duitsland 'werken'. De Nederlandse politie werkt steeds meer samen met de Duitse politie en justitie om ze op te pakken. Zo wordt onder meer ingezet op het vergroten van op heterdaad betrappen, bijvoorbeeld door het opwachten van verdachten bij de grens. In 2023 zijn er 137 plofkrakers aangehouden. De straffen zijn niet mals.

Maar niet alleen dat: plofkraken zijn levensgevaarlijk voor de plofkrakers zelf en voor de omgeving van de plek waar de plofkraak plaatsvindt.

Dit verhaal gaat over zware criminaliteit. Om een beetje te begrijpen hoe Appie hierin werd meegezogen. Maar ook om je mee te geven: er zijn altijd keuzes, ook als je denkt dat je alleen de foute kant op kunt. Of je nu grote of kleinere zorgen op je bord hebt liggen om op te lossen: onze individueel begeleiders zijn er voor jou. Gesprekken zijn altijd vertrouwelijk.

Een keer vertrouwelijk praten met Nahuel of een andere individueel begeleider van JOU?
Door de ogen van Appie (20): van taxichauffeur tot plofkraker | JOU