Door de ogen van Yus (18): afpersen om erbij te horen

In ‘Door de ogen van …’ lees je verhalen van jongeren die (even) vastliepen. Van problemen thuis, struggels met seksualiteit, criminaliteit, school of verslaving: hun verhalen kunnen over van alles gaan.

Dit is een true story. Namen, plaatsen en details zijn aangepast zodat 'Yus' anoniem blijft.

In ‘Door de ogen van …’ lees je verhalen van jongeren die (even) vastliepen. Van problemen thuis, struggels met seksualiteit, criminaliteit, school of verslaving: hun verhalen kunnen over van alles gaan.

Dit is een true story. Namen, plaatsen en details zijn aangepast zodat 'Yus' anoniem blijft.

Op straat was ik gewoon Yus. Een stille jongen met een bril, iemand die niet echt opviel. Maar binnen mijn vriendengroep... dáár probeerde ik iemand te zijn die ik eigenlijk niet was. Iemand met status, waar anderen naar opkeken. En dat heeft me bijna alles gekost. Mijn naam is Yus, ik ben 18 jaar en dit is mijn verhaal.

Thuis is alles goed. Ik woon in een rustige buurt in Utrecht, met ouders die alles voor me doen, zolang ik maar mijn best doe op school. Ze zijn gek op mij en mijn zusje. We hebben geen geldproblemen, geen stress.

“Bro, haal even die Gucci van je hoofd. Is van mij nu.”
Mijn vrienden zijn de jongens uit de buurt. We zijn samen opgegroeid. Ze zijn populair en krijgen aandacht van iedereen, ja ook van mij. Ze zijn nergens bang voor en altijd hangen er leuke meiden om hen heen. Ik wil dat óók. Dus ik lach met ze mee, ook als ik de grappen niet snap. “Bro, haal even die Gucci van je hoofd. Is van mij nu.” Kaan zegt het alsof het niks is. Hij is de leider. Ik geef hem mijn pet zonder iets te zeggen. En ik weet, die krijg ik nooit meer terug. Later volgen m’n Air Pods, mijn jas en geld voor snacks. Soms betaal ik broodjes voor iedereen. Ik voel iets aan me knagen, elke keer dat hij weer iets van me afpakt. Dit is niet oké en ik weet het. Toch zeg ik niks, want dit is de prijs die ik betaal om erbij te horen.

Ik zit op school in Maarssen. Mijn vrienden zitten samen op school, ze zien elkaar elke pauze en ik wil daarbij zijn. Dus skip ik lessen. Eerst een uurtje, dan hele dagen. Mijn cijfers? Uhmm ja, die tikken de 6 al lang niet meer aan. Mijn ouders merken het. “We herkennen hem niet meer”, zeggen ze tegen Mohammed, een jongerenwerker in onze wijk.


“Ben je wel oké? Zijn de boys wel goed voor je?”
Ik ken Mohammed. Ik en mijn vrienden chillen in het buurthuis waar hij werkt en gaan soms naar activiteiten die ze daar organiseren. Soms praat hij met mij alleen. “Loop even met me mee”, zegt ie dan. “Je ouders maken zich zorgen om je en ik eigenlijk ook. Ben je wel oké? Zijn de boys wel goed voor je?” “Gaat goed hoor,” zeg ik dan. Altijd dat masker op.

Angst, dat zie ik in zijn ogen. Ik weet dat wat ik doe fout is
Op school zie ik een jongen uit een lagere klas. Hij is klein, stil en zit altijd alleen in de aula. Ik loop op hem af. “Hé man, geef me vijftig euro.” Hij kijkt me aan, ik herken het direct, zoals ikzelf Kaan ooit aankeek. Angst, dat zie ik in zijn ogen. Ik weet dat wat ik doe fout is, ik weet hoe het voelt. Maar ik doe het toch. En het werkt! Ik voel macht, best lekker eigenlijk.

“Ik heb dit gedaan om erbij te horen”
Een paar dagen later staat de politie voor de deur. Twee agenten vragen naar mij. Mijn moeder huilt. Mijn vader ziet bleek en zegt helemaal niks. Dion, die jongen van school, heeft met zijn ouders aangifte gedaan van afpersing! Ik moet nu mee met deze 2 agenten. Afpersing, mijn ouders, de buurt, iedereen kijkt naar mij, ik schaam me kapot!

De verhoorkamer is klein en bijna leeg. Alleen een tafel met stoelen, een felle lamp en een camera aan het plafond. De deur wordt achter mij gesloten en ik moet gaan zitten. De twee agenten zitten tegenover mij. Tijdens het verhoor breek ik. Ik huil, alles komt eruit. “Ik heb dit gedaan om erbij te horen,” zeg ik zacht. Maar ik noem geen namen. Zelfs nu niet, zeker niet. Het gaat wel om mijn vriendengroep, snitchen doe je niet.

Het voelt alsof ik twee levens leef. Eén waarin ik populair ben en erbij hoor, en één waarin ik mezelf langzaam kwijtraak.
Ik ben in de war. Aan de ene kant voel ik me heel chill: de jongens lachen om mijn grappen, ik krijg aandacht van de meiden, ik hoor er nu echt bij. Het geeft me een kick. Maar diep vanbinnen weet ik: dit is niet goed. Op school sta ik voor de helft van de vakken een onvoldoende, ik heb een jongen van 15 afgeperst en bang gemaakt. Ik voel de teleurstelling van mijn ouders, en ergens weet ik dat ik bezig ben mijn toekomst kapot te maken. Het voelt alsof ik in twee levens leef. Eén waarin ik populair ben en erbij hoor, en één waarin ik mezelf langzaam kwijtraak.

En ik weet het opeens zeker: dit is niet het leven dat ik wil.
Die jongerenwerker, Mohammed, blijft contact zoeken en vragen hoe het gaat. “We kunnen dit fixen,” zegt hij. “Maar alleen als jij ook echt wil werken aan jezelf. Dan ben ik er voor je. Maar jij moet de eerste stap zetten.” Hij vertelt over een project: Hoe groot is jouw wereld? Het is iets met de politie, dus ik haak meteen af. Daarna hoor ik verhalen van anderen die er wel bij waren. Jongeren die ik ken. Geen vrienden, maar wel uit de wijk. Zij zeggen dat het project anders is, dat het echt goed is en indruk maakt. Ik laat me overhalen om mee te doen.

Tijdens een bezoek aan de gevangenis hebben we een gesprek met een gevangene. Hij is groot, gespierd, maar heeft een rustige stem. Hij heeft zijn straf bijna uitgezeten en kijkt ons 1 voor 1 aan als hij zegt: “Wil jij voor dit leven kiezen?” Hij wijst om zich heen: “dit is dan wat je krijgt. Kijk, ik accepteer dat ik hier moet zitten omdat ik bepaalde keuzes in mijn leven maakte. Maar ik denk niet dat jij dit wil.” Hij kijkt me recht in mijn ogen. Alles in mij krimpt. Ik voel me klein. En ik weet het opeens zeker: dit is niet het leven dat ik wil.

“Vriend, ik ben trots op je dat je stappen wil maken! Kom, en nu aan de slag.”
Een paar weken later pak ik mijn telefoon en ik bel Mohammed. “Ik ben er klaar mee” zeg ik. Maar ik weet niet waar ik moet beginnen.” Hij nodigt me uit om nu langs te komen in het buurthuis. Ik krijg een stevige hug als hij me ziet. “Vriend, ik ben trots op je dat je stappen wil maken! Kom, en nu aan de slag.” Samen kijken we naar mijn kwaliteiten. “Wat vind je leuk? Waar ben je goed in?”, vraagt hij. “Ik wil iets doen zoals jij,” zeg ik. Hij glimlacht. “Dan moet je een opleiding volgen. En straks een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) kunnen krijgen. Dat betekent: geen gedoe meer!”

Lang verhaal kort. Ik schrijf me in voor een mbo-opleiding. Gelukkig kan dat vanuit mijn 5 havo zonder diploma. Niet voor jongerenwerk, maar voor maatschappelijke zorg. Ik wil met mensen werken. Helpen. Een verschil maken.

“Kom op man!”
Soms verslaap ik me. Vergeet ik afspraken. Maar Mohammed blijft me begeleiden. Soms streng, maar altijd rechtvaardig. “Als je deze kans laat lopen, trek ik mijn handen ervan af,” zegt ie. “Voor jou zijn er 10 anderen die ook hulp willen, kom op man!” Het komt binnen.

Ik ben Yus. Niet meer de meeloper. Niet meer het slachtoffer of de dader. Maar gewoon... mezelf.”
En nu? Het is een jaartje later. De vriendengroep bestaat niet meer. Ik heb nieuwe vrienden en ik loop stage in de zorg. De relatie met mijn ouders is weer veel beter. Ze geven me meer vrijheid, omdat ik heb laten zien dat ik het aankan. Ik ben dankbaar voor het geduld en vertrouwen van Mohammed. Zonder hem was ik hier waarschijnlijk nooit gekomen. Hij gaf me die tweede kans. Die derde. En een vierde.


Hoe kom ik eruit?

Herken jij je in dit verhaal? Of kan je wel wat steun en hulp gebruiken bij jouw eigen situatie? Dat kan van alles zijn: een boete die je niet kunt betalen, problemen op school, thuis of online. Wat het ook is:

Je kunt altijd bij een jongerenwerker (individueel begeleider) in één van de Utrechtse wijken of Nieuwegein terecht. Zij zijn er om jou te helpen! Je kunt met ons appen via WhatsUp (= vertrouwelijk!), zie roze icoontje. Dan kijken we hoe we je verder kunnen helpen.

Deze blog is in samenwerking met Mohammed geschreven door redacteur Lotte van het JOU Media team