Door de ogen van Anna (14): jezelf pijn doen om even niet te voelen

In ‘Door de ogen van …’ lees je verhalen van jongeren die (even) vastliepen. Van problemen thuis, struggels met seksualiteit, criminaliteit, school of verslaving: hun verhalen kunnen over van alles gaan.

Dit is een true story. Namen, plaatsen en details zijn aangepast zodat 'Anna' anoniem blijft.

Let op: in dit verhaal gaat het ook over gedachten aan zelfdoding

“Ik hoop dat jullie dit opschrijven, want dit komt terug op de toets.” De docent tikt met zijn pen tegen het bord. Iets over de Romeinse tijd. Ik probeer te luisteren, echt, maar zijn woorden glijden langs me heen zonder te blijven hangen. Niemand merkt het. Van buiten ben ik gewoon een rustig meisje van veertien. Niet druk, niet lastig. Gewoon aanwezig, maar in mijn hoofd raast het. Soms vraag ik me af: wat heb ik gedaan om dit gevoel te verdienen?

“Zou iemand me missen als ik er niet meer was?”
Thuis is het vaak druk. We zijn met veel en iedereen heeft aandacht nodig. Mijn moeder is chronisch ziek, dus ze heeft vaak pijn en is snel moe. Ik zie hoe hard ze haar best doet en juist daarom wil ik geen extra zorg zijn. Als iemand vraagt hoe het met me gaat, zeg ik automatisch: “goed.” Niet omdat het zo voelt, maar omdat het makkelijker is. ’s Nachts lig ik vaak wakker. Mijn gedachten blijven rondjes draaien. Over school. Over mezelf. Over alles wat ik beter had kunnen doen. Soms zijn die gedachten streng: ‘Stel je niet zo aan, doe normaal, waarom kan je dit niet gewoon?’
Af en toe sluipt er een gedachte tussendoor waar ik eigenlijk niet mee bezig wil zijn. ‘Zou iemand me missen als ik er niet meer was?’ In bed bid ik, dan vraag ik God of het rustiger mag worden in mijn hoofd.

“Dit is niet oké, Anna” zegt ze zacht.
Soms wordt het zó vol in mijn hoofd dat het voelt alsof ik uit elkaar knap. Op die momenten verplaats ik de pijn van binnen naar buiten, zodat het een plek krijgt die ik wél kan aanwijzen. Dan wordt het voor heel even stiller in mijn hoofd, maar die rust duurt nooit lang. De schaamte komt altijd terug. Dus ik verstop het. Lange mouwen. Niemand mag het zien.

In de pauze loop ik met mijn beste vriendin door de gang. We klagen over een toets en lachen over een docent. Tot ze plots mijn arm vastpakt. “Hé… wacht even.” Voor ik iets kan doen schuift ze mijn mouw omhoog. Even zegt ze niets en kijkt ze alleen. “Dit is niet oké, Anna” zegt ze zacht. Ik probeer mijn arm terug te trekken. “Het valt mee, echt er is niks aan de hand.” Aan haar gezicht zie ik dat ze me niet gelooft. “Je moet hier hulp voor vragen.” Ik knik en loop snel door naar de volgende les.

“Beloof me dat je haar appt.” Ik twijfel even. Dan knik ik.
We hebben Girls Talk van Danique, een schooljongerenwerker op mijn school. Dat zijn lessen over vriendschap, relaties en alles wat daarbij komt kijken. Dingen waar je normaal niet zo snel over praat. Vandaag staat er in grote letters op het bord: Grenzen. Danique kijkt de klas rond “Wat doe je als iemand iets wil waar jij nog niet klaar voor bent?”, vraagt ze. Er wordt gegniffeld, maar ook serieus gepraat. Over nee zeggen, luisteren naar je gevoel en over dat jouw grens altijd telt. Ik staar naar het bord. Wanneer ben ik eigenlijk gestopt met luisteren naar mijn eigen grens? Als de bel gaat en iedereen zijn tas pakt, blijft mijn vriendin naast me staan. “App haar,” zegt ze zacht. “Beloof me dat je haar appt.” Ik twijfel even. Dan knik ik.

“Hey Danique, ik zat vandaag bij je les en….
Die middag staar ik naar mijn telefoon. Wat als ze me niet serieus neemt? Wat als ze het doorvertelt of het alleen maar erger wordt? Toch begin ik te typen. “Hey, ik zat vandaag bij je les en…. Het gaat eigenlijk niet zo goed met mij.’ Ik lees het bericht tien keer terug voordat ik op verzenden druk. Snel krijg ik antwoord. “Wat fijn dat je een berichtje stuurt. Kan je mij vertellen wat er aan de hand is?”  Vanaf dat moment praten we vaker. Soms via WhatsApp of Snap, soms gewoon op school als we elkaar tegenkomen. Af en toe lopen we een rondje buiten of zitten we ergens waar het rustig is. Het is fijn om iemand te hebben bij wie ik niet hoef te doen alsof het goed gaat. Ik blijf mezelf pijn doen en elke keer dat Danique aangeeft dat het goed kan zijn om meer hulp te vragen, zeg ik nee. Ik wil niet dat anderen het weten. Ik wil geen gedoe.

“Dit hoef je niet alleen te dragen”
We kennen elkaar al een tijdje als Danique het zegt. “Sorry, dit kan zo niet langer. Dit is echt onveilig. Ik ga stappen nemen, of je dat nou wilt of niet.” Ik schrik. Dit was precies waar ik bang voor was. Als Danique zegt dat we mijn ouders moeten betrekken, voel ik paniek nog voordat ze haar zin heeft afgemaakt. “Dit hoef je niet alleen te dragen,” zegt ze rustig. “En ik kan dit ook niet alleen met jou dragen. We hebben meer mensen nodig.”

Niet veel later zitten we in een ruimte met de zorgcoördinator en mijn moeder. Danique moet het vertellen, ik kan het niet. Zegt dat het niet goed met mij gaat en dat ik suïcidale gedachten heb. Mijn moeder begint meteen te huilen. Ze is erg geschrokken, maar staat open voor alles wat nodig is om mij te helpen. Voor mij voelt het vooral ongemakkelijk. Mijn diepste geheimen liggen ineens op tafel en iedereen kijkt ernaar. Maar het gesprek zet wel iets in beweging.

Het gaat niet ineens goed, maar ik maak kleine stapjes
Ik word doorverwezen en uiteindelijk komt mijn naam op de wachtlijst bij Spoor030, waar ik een behandeling ga volgen. Daar leer ik langzaam dat gevoelens niet mijn vijand zijn. Dat gedachten niet altijd waar zijn en dat er andere manieren bestaan om met spanning om te gaan dan mezelf pijn doen. Het gaat niet ineens goed, maar ik maak kleine stapjes. Soms eentje vooruit, soms weer een halve terug. Gelukkig is er altijd iemand die naast me blijft staan: Danique!  Ze laat zien dat ik niet alleen ben, ook wanneer ik dat zelf niet geloof. Langzaam wordt het rustiger in mijn hoofd. Niet stil, misschien wordt het daar nooit helemaal stil, maar wel leefbaar.

Je hoeft het niet alleen te doen!
Dit is jongerenwerker/individueel begeleider Danique van JOU

Het blijft niet voor altijd donker
Nu, een tijd later, herkennen mensen me weer zoals ik vroeger was. Ik sport veel, het helpt me om uit mijn hoofd en terug in mijn lichaam te komen. Ik ga naar school, ook al is de drempel soms nog hoog. Ik heb een bijbaan in de zorg waar ik met plezier naartoe ga. Ooit wil ik verpleegkundige worden, zodat ik er voor anderen kan zijn zoals zij er voor mij zijn geweest.

Thuis gaat het beter. Niet perfect, maar warmer. Zachter. Mijn ouders en ik hebben elkaar opnieuw leren kennen.

Soms kijk ik naar de littekens op mijn huid. Dan denk ik: hoe heb ik mezelf dat ooit aan kunnen doen? Maar ik kijk er niet meer alleen met schaamte naar. Ze herinneren me eraan dat ik het heb overleefd. Dat ik er nog ben.

Onlangs stuurde ik Danique een bericht. Gewoon, zomaar. Omdat ik wilde dat ze wist wat haar aanwezigheid voor mij heeft betekend. Ik schreef: "Ik wil anderen meegeven dat het licht altijd komt en dat je nooit hoop moet verliezen. Ook al voelt het alsof je voor altijd vast blijft lopen, het blijft niet voor altijd donker."

Als ik nu terugdenk aan dat meisje in de klas, zou ik haar het liefst een knuffel geven. Haar willen zeggen dat ze moet volhouden. Dat er een dag komt waarop ademhalen weer vanzelf gaat. Dat hulp vragen geen zwakte is, maar het moment waarop alles langzaam kan beginnen te veranderen.
En misschien is dat wel het belangrijkste wat ik heb geleerd: je hoeft het niet alleen te doen.

Hoe kom ik eruit?
Herken jij jezelf in dit verhaal? Of misschien een goede vriend(in)? En kan je ook wel wat steun, een luisterend oor en hulp gebruiken?

Zoek én accepteer hulp!
Je kunt altijd bij een jongerenwerker (individueel begeleider) terecht. Zij zijn er om jou te helpen!
Je kunt vertrouwelijk appen met een jongerenwerker via WhatsUp (zie roze icoontje). Zij kunnen je in contact brengen met een individueel begeleider van JOU in jouw wijk of in Nieuwegein.

Denk je aan zelfdoding of maak je je zelf zorgen om iemand? Je kunt altijd (24/7) praten met 113 (0800-0113 of 113.nl)