Autisme heb je in verschillende graduaties. Soms merk je er bijna niets van, weten de persoon zelf of zijn omgeving het niet eens, soms is zo iemand niet meer in een gezinssituatie te handhaven. Daarom spreekt men van een autismespectrum.
In het algemeen kan je zeggen dat een autistisch iemand wat moeite heeft met sociaal gedrag omdat hij of zij niet zo goed is in het beoordelen van iemands stemming en bedoelingen. Soms heeft iemand aan een half woord genoeg, een autist heeft meer nodig.
Verder hebben autisten wat meer de neiging tot obsessief gedrag. Hebben ze een hobby of een bepaalde interesse dan gaan ze daar meer dan 100% voor. Ze kunnen zich daardoor goed concentreren waardoor ze heel geschikt zijn voor werk waar het op nauwkeurigheid en doorzetten aankomt.
Alan Turing bijvoorbeeld, de grondlegger van de moderne computer, was een autist.
Autisten hebben wat meer de neiging tot individualistisch gedrag. Ze laten zich niet gemakkelijk meeslepen met massa gedrag. Als je met een groep rond het kampvuur zit in je handen te klappen op het ritme van de muziek dan denkt de autist: Waarom doen jullie dat?
In het algemeen kan je zeggen dat autisten in het algemeen gewoon kunnen functioneren in een omgeving. Hooguit valt alleen soms wat typisch gedrag op. Autisme komt meer voor bij jongens dan bij meisjes.