Ik draag m’n hele leven al oorbellen. Als peuter heb ik in beide oren een gaatje gekregen. Tot m’n 8e droeg ik kleine knopjes. Op m’n 8e kreeg ik 2 zilveren oorringen voor m’n verjaardag. Later heb ik er in elk oor een gaatje naast laten zetten, dus vanaf dat ik 11 was heb ik 4 gaatjes en draag ik 4 oorbellen. Op de middelbare school was ik eerst één van de weinigen die 4 gouden oorbellen droeg. Mede vanwege mijn oorbellen kreeg ik veel aandacht van de meiden in de klas. Daarna volgden steeds meer jongens die ook oorbellen namen. Later hadden 70-80% van de jongens in mijn klas oorbellen. Bijna iederen droeg ringen, sommigen hele dikke ringen.
Op m’n 16e is dankzij mijn vriendin er een 5e gaatje bovenin m’n linkeroor bijgekomen en vorig jaar hebben m’n vriendin en ik onze tong en tepels laten piercen. Ik raad het iedereen die twijfelt van harte aan!
Ik pas de rest van m’n sieraden ook op m’n oorbellen aan, dat het mooi matcht: als ik 5 zilveren oorringen in heb, draag ik m’n dikke zilveren ketting, m’n dikke zilveren armband en 3 of 4 zilveren ringen aan mijn vingers.
Als ik een andere bui heb draag ik subtiele zwarten oorringen, een zwartleren ketting met hanger, een brede zwartleer/zilveren armband en 2 Buddha To Buddha ringen om mijn ringvingers.
Van mijn vriendin heb ik in Buddha To Buddha Creolen (Edwin) gekregen, omdat ik ook al een BTB Edwin armband en BTB Edwin ring heb. Die oorringen zijn breed en voelen lekker zwaar aan m’n oren.
Tijdens uitgaan ga ik vaak voor 2 dikke zware gouden oorbellen in elk oor. 4 in totaal dus. Die bewegen behoorlijk als ik dans, dat gevoel dat ze flink bewegen is erg fijn.
Bij ons in de familie en ook in mijn vriendenkring is het heel normaal: bijna alle jongens dragen oorbellen en flink wat sieraden. We sporen elkaar ook aan en appen als we iets nieuws hebben gekocht.
Kortom: oorbellen horen gewoon bij mij, ik zal ze nooit uitdoen en er gaat geen dag voorbij dat ik ze niet draag!