Wij hebben geleerd dat je alles moet begrijpen tot het niveau dat je het concept echt "ziet".
Bijvoorbeeld bij "optellen": je moet in gedachten kunnen zien dat wanneer je vier knikkers en vijf knikkers bij elkaar doet, je negen knikkers krijgt. Dat concept moet je zien. En je moet de termen "optellen" en het symbool "+" ook kennen natuurlijk. Als je geen benul hebt wat "dat kruisje" daar staat te doen, dan kan je geen optellingen maken.
Dit lijkt een belachelijk voorbeeld, maar het geldt evengoed voor symbolen van hogere wiskunde, fysica, chemie, biologie, elektriciteit,... Je moet voor ieder van die termen en symbolen echt het concept volledig begrijpen en "zien". Bijvoorbeeld bij elektrische stroom (symbool "I") moet je zien dat dat het debiet is aan lading dat voorbij stroomt. Bij spanning (V) moet je zien dat dat de druk of kracht is die erachter zit. Bij weerstand (R) moet je zien dat dat de hinder of wrijving is die de stroom ondervindt in een materiaal. Idem voor alle andere termen, en alle vakken. Bij wiskunde moet je zien dat driehoeken, sinussen en cosinussen, en complexe getallen ("a + bi") fysiek eigenlijk hetzelfde betekenen, alleen een andere notatie. Als je dat niet ziet, kan je dat niet gebruiken.
Dus je moet vooral zorgen dat je al wat je leert, ook kan gebruiken. Denk erover na: "Hoe kan ik dat nu of later praktisch benutten?"
Dus je moet alle termen en symbolen goed ophelderen, een definitie zoeken, tot je ze echt ten volle begrijpt. Niet als een papegaai opzeggen, maar het "echt zien", met een aha-effect. Demonstreer die principes met een echt, praktisch voorbeeld.
Ook voor talen: leer de regels tot je ze vlot kan spreken.
Bij ieder paragraaf moet je je ook afvragen: wat staat erin, wat betekent het, wat kan ik ermee doen? Als je leert om het te kunnen gebruiken, dan onthoud en begrijp je alles veel beter. Gelukkig hadden wij in het middelbaar verschillende goede leraars die ons dat echt konden tonen. Vooral bij wetenschappen, met proeven die alles toonden. Ik zie bij anderen soms dat ze echt geen benul hebben van waarover ze spreken.
Dat inzicht is helaas het eerste wat wegvalt bij "afstandsonderwijs" en online lessen. Dus ik heb daar verschrikkelijk de pest aan. Daarmee maken die politici heel onze toekomst kapot.
Verder, soms moet je regeltjes en getallen gewoon van buiten leren, zoals constanten in de fysica, of de namen, symbolen en eigenschappen van chemische elementen.
En ja natuurlijk, bij sommige slecht gegeven vakken moet je alles helaas wel als een papegaai kunnen opdreunen om erdoor te geraken. Zie het als een geheugentraining... Dan moet je een balans vinden tussen: "wat gaat hij vragen?" en: "wat kan ik ermee doen?"
Voor wetenschappelijke vakken zoals wiskunde en fysica, kan je best een formule-boek maken. Een kaft met daarin alle basisbegrippen, alle basisformules, symbolen,... Zo'n samenvatting maken geeft ook goed inzicht, want dan moet je erover nadenken. Ook handig voor de jaren nadien, zeker als je in die richting voort wil studeren. Als je dan later ergens aan twijfelt, kan je het snel even opzoeken. Ik heb dat zo gedaan voor mijn wetenschappelijke vakken. Niet voor dingen die mij niet interesseren, zoals geschiedenis, religie, literatuur,... Voor talen heb ik een paar simpele boekjes gekocht met eenvoudige uitleg over de grammatica en spelling, ook goed genoeg.