• Voor ouders
  • Voor professionals
  • Aanmelden
  • Werken bij JOU
  • Contact
  • Forum
  • Wat kun je doen?
  • Video's
  • Thema's
  • Locaties
  • Over ons
  • JOU AcademiePPI x JOU
LinkedInInstagramTikTokYouTube
  • Forum
  • Wat kun je doen?
  • Video's
  • Thema's
  • Locaties
  • Over ons
  • Voor ouders
  • Voor professionals
  • Aanmelden
  • Werken bij JOU
  • Contact
LinkedInInstagramTikTokYouTube
  1. Home
  2. Forum
  3. School
  4. Moeite met “d” of “dt”
Vorige pagina
WhatsApp

Heb je vragen of wil je gewoon iets kwijt?

Ons team is er voor je. Bijvoorbeeld als je meer wilt weten over de activiteiten die wij organiseren. Maar zeker ook als we je kunnen helpen met je school, stage of bijbaan. Of als er gedoe is: online, met vrienden, thuis of op school. Laat het ons weten.

App met onsKom bij ons langs

doe mee & ontdek

  • Activiteiten
  • Stel anoniem je vraag
  • Kom bij ons langs
  • Video's

Meer over jou

  • Over ons
  • Aanmelden
  • Werken bij
  • Onze locaties
  • JOU Academie
  • Pers & Publicaties
  • Onze partners

Check onze socials

LinkedInInstagramTikTokYouTube
  • Privacyverklaring
  • Cookies
  • Klachten en bezwaar
  • © 2026 Jou
Vorige pagina

Moeite met “d” of “dt”

12 jaar
5 jaar geleden

Hé ik heb altijd moeite met bepaalde woorden die eindigen met een “d” of “dt” kan iemand mij daarmee helpen of zijn er trucjes voor. Dank je alvast

6 reacties
18 jaar
5 jaar geleden
Probeer hetzelfde woord in de verleden tijd:
- ik fietste ---> gefietst = met "t"
- ik speelde ---> gespeeld = met "d"

Als ik mij goed herinner is de regel: als de stam eindigt met een letter uit het woord "fokschip" of "kofschip", dan is het voltooid deelwoord met een "t", anders met een "d". Maar check het toch maar even...

In de tegenwoordige tijd is het met "t" erachter bij de 2e en 3e persoon: hij loopt, hij speelt, hij wordt (dus "dt", want de "d" stond er al).

Tip: koop een SIMPEL grammatica zakboekje, vb. "paspoort voor de grammatica" (of zoiets, ik heb het niet hier): daar vind je de regels eenvoudig uitgelegd. Geen dik duur boek, dat is zo ingewikkeld dat het moeilijker wordt inplaats van helder.

Het is goed dat je probeert je spelling en grammatica correct te doen: immers, taal dient om te kunnen communiceren met andere mensen. Als je teveel taalfouten maakt, dan komt je boodschap minder goed over, en word je minder goed begrepen. Hoe beter je taal, hoe beter je contact met andere mensen, en hoe minder misbegrippen.
20 jaar
5 jaar geleden
Neem een woord als lopen. Je weet dat het ik loop is, dus zonder t. Dus niet ik zwemt maar ik zwem. En dus ook ik word. Jij loopt dus jij wordt en ook hij wordt.
16 jaar
5 jaar geleden
Ga gewoon boeken lezen. Daar staat het goed in. Lees niet teveel het nieuws. Die kunnen niet goed schrijven vaak. Ook juist Nederlands taalgebruik is afwezig. Zowel spreken als schrijven.
22 jaar
5 jaar geleden
Ja geen idee probeer zinnen te lezen of te schrijven die dat bevatten En het kan met dyslexie te maken hebben Ik heb ook hele erge dyslexie en vroeger ging ik allemaal letters door elkaar halen d en b en heel veel andere letters
22 jaar
5 jaar geleden
Als je een werkwoord hebt zoals worden, dan is de stam word. Of er dan een t achter komt hangt af van het persoonlijk voornaamwoord. Als dat ik is dan komt er nooit een t achter de stam -> ik word. Is het jij of hij dan komt er een t achter, dus -> jij wordt en hij wordt. Echter, staat jij achter het werkwoord dan komt er geen t achter de stam, dus -> word jij?
Als het om de verleden tijd gaat dan komt er nooit een t achter de stam -> ik werd, jij werd, hij werd.
21 jaar
5 jaar geleden
Wat mij heel erg heeft geholpen is als je twijfelt over een bepaald woord, dat woord te vervangen door een minder moeilijk woord om de schrijfwijze te checken.
Bijvoorbeeld het woord ‘lopen’ die in de basis geen d of t heeft. Komt er bij een vervoeging van dat woord een ‘t’ bij, dan doe je dat bij een woord met in de stam een ‘d’, zoals ‘worden’ ook. Bij ik loop komt er geen ‘t’ bij, dus bij ‘ik word’ ook niet. Bij ‘hij loopt’ komt er wel een ‘t’ bij, dus bij hij ‘wordt’ ook. Bij ‘jij loopt’ ook, dus ‘jij wordt’ ook, terwijl het bij ‘loop jij’ niet gebeurt en dus bij ‘word jij’ ook niet.

Dit topic is gesloten. Reageren is niet meer mogelijk.