Ik vermoed dat ze vooral de lessen op elkaar afstemmen. Bijvoorbeeld voor lessen fysica voor de berekening van krachten en afstanden, moet je bepaalde formules en methodes van wiskunde kennen (algebra). En voor elektriciteit en gaswetten (dat is ook fysica) moet je weten hoe atomen in elkaar zitten, wat je leert bij chemie.
Voor Franse, Engelse en Duitse grammatica moet je eerst de Nederlandse grammatica begrijpen.
En je moet liefst dezelfde termen en symbolen gebruiken. Bijvoorbeeld voor elektrische spanning gebruiken sommigen een "U" en sommigen een "V"; en voor imaginaire getallen in de wiskunde ("a + bi") gebruiken sommigen een "i" en sommigen een "j" (alzo: "a + jb"). Dat laatste in de elektriciteit met berekeningen met wisselstromen.
Ook klasuitstapjes, studiereizen, sportdagen, en zo moeten overlegd worden. Want daarbij vallen lessen weg die achteraf ingehaald moeten worden. En ze proberen om studiereizen mooi te laten passen bij de lessen.
Misschien bespreken ze ook optionele lessen, sport, of wetenschappelijke experimenten op vrije woensdagnamiddagen of zaterdagen?
Dus dat moeten de leerkrachten van elkaar weten, en dat moet allemaal mooi op elkaar afgestemd worden. Zou ik toch denken...
Voor leerkrachten die in veel klassen en veel jaren les geven, kan dat een hele puzzel zijn.
Als er rotjong in je klas zitten, zullen ze het daar misschien ook even over hebben, maar ik kan mij niet indenken dat ze daar een hele dag aan gaan verspillen?
Maar je kan dat best eens aan je leerkrachten zelf vragen.