Je moet al die dingen eigenlijk eerst fysiek "zien" voor je ze goed kan leren, dus je moet de fysieke betekenis ervan begrijpen.
Bijvoorbeeld bij goniometrie, moet je in je gedachten het beeld zien dat cosinussen en sinussen de projecties zijn op de X- en Y-as.
Of bij complexe getallen moet je zien dat dit ook de coordinaten zijn op de X-as en de Y-as. Bijvoorbeeld: "a + bi" wil zeggen: eerst afstand a afleggen op de X-as, en dan afstand b omhoog of omlaag op de Y-as.
Dus eigenlijk zijn sinussen en cosinussen, en complexe getallen, identiek hetzelfde: ze stellen hetzelfde voor, alleen is het een andere schrijfwijze en rekenwijze.
Als een wiel ronddraait, en je zet een stip ergens op die omtrek, en je kijkt daarnaar van de zijkant van het wiel (=zodat je een platte schijf ziet, geen cirkel), dan vormt die stip een sinusbeweging als het wiel draait. Dat is ook een visuele projectie op de Y-as.
Dus je moet eerst die fysieke betekenis ervan zien.
En leer hoe je dat in de praktijk zou kunnen gebruiken om bijvoorbeeld de hoogte van een boom te meten. Meet een aantal meters horizontaal vanaf de stam van de boom, en meet vandaar de hoek naar de top (als je langs een meetlat schuin omhoog kijkt naar die top). Uit die hoek en die afstand tot de stam kan je dan de hoogte van de boom berekenen.
Eens je dat op die manier echt inziet, is het veel gemakkelijker om te leren. En dan heb je daar ook echt iets aan omdat je het in de praktijk kan gebruiken.
Natuurlijk moet je dan nog altijd een hele hoop formules leren, maar het wordt toch al veel gemakkelijker. Zonder dat inzicht, is het een hopeloze hel.
En ja, daarvoor moet je een goede leraar hebben die je dat echt kan bijbrengen, en die daar heel sterk de nadruk op legt. Een leraar die dat zelf niet ziet, of niet kan overbrengen, is geen hulp.
Misschien kan je dat inzicht ook op internet verkrijgen? Maar ik zou niet weten waar, ik heb er nog nooit naar gezocht.