Om te beginnen, jij bepaalt wat jij met iemand doet of wat iemand met jou doet. Niemand anders.
Nu jouw probleem. Van de vier jongens in jouw klas zijn er twee jouw vriend. Die jongen waar jij mee in een tent moet niet?
Is het iemand die luistert als jij zegt dat jij iets niet wilt of wil hij meestal zijn zin doordrijven?
Als jij er heel erg tegen op ziet om met die jongen te slapen of als jij bang bent dat er verkeerde dingen gebeuren dan moet jij met je meester of juf praten. Als jij het echt niet wilt dan moet jij dat zeggen.
Het is niet erg dat die jongen op jongens valt, maar hij moet begrijpen dat niet iedereen dingen met hem wil doen die hij leuk vindt. Misschien moeten jij en die jongen er over praten met de meester of juf en moeten jullie afspraken maken.
Heb jij er toch geen vertrouwen in, dan gaat dat slapen met hem niet door. Dan moeten ze maar een andere regeling bedenken. Jij moet je nooit laten dwingen dingen te doen die jij niet wilt.
Aan de andere kant, voor die jongen is het niet leuk als niemand met hem wil slapen. Op jongens vallen maakt het leven toch al moeilijker.
Misschien als hij echt belooft niets te doen en jij vertrouwt het dan kan je het proberen. Vraag dan de leiding in het kamp een beetje op te letten.
Ik wens je een leuke tijd in het kamp!