Bij aardrijkskunde moet je proberen om de verbanden te zien: welke ondergronden en welke locaties veroorzaken welke leefomstandigheden, welke gewassen, welke dieren, en zo.
Eens je weet hoe de winden waaien (dus waarom), hoe de zon instraalt, hoe een zeeklimaat anders is dan een landklimaat, hoe continenten op elkaar gebotst zijn en bergen geproduceerd hebben, dan wordt alles makkelijker om te begrijpen. Maar plaatsnamen moet je natuurlijk altijd leren.
Bijvoorbeeld als je weet dat zee-organismen (planten, vissen, kleine dieren, schelpdieren) sterven, naar de bodem zinken, verrotten tot zwarte smurrie en gas, dan begrijp je waar aardolie en aardgas vandaan komen. Of hoe bomen door zware rampen zoals kosmische inslagen bedolven raakten onder de grond en half verbrandden tot steenkool. Hoe het driften van continenten die locaties deed verplaatsen.
Je moet die achterliggende mechanismen en verbanden proberen zien. Dat maakt het veel boeiender, en ook makkelijker om te leren. Maar je moet wel een goede leraar hebben die dat zelf kan zien.
Geschiedenis zou heel interessant kunnen zijn, als ze ons zouden leren hoe de mensen vroeger leefden.
Bijvoorbeeld dat de Romeinen in Pompei reeds riolen hadden, eenvaks- en tweevaksstraten, zebrapaden, hogedrukwaterleidingen en aquaducten om water uit de bergen naar locale watertorens te voeren, en dan lagedrukwaterleidingen om het tot in alle huizen te brengen, een soort airco dmv. vallend water en speciale schouwen, betere graanmolens dan wij in de middeleeuwen hadden, stoombaden, centrale ovens waar iedereen zijn brood kon gaan bakken, metaalsmelterijen, cement, bouwtechnologie, enz... Die waren heel ver vooruit.
Of hoe de inca's hun dorpen bouwden in de bergen, hoe ze voedsel opsloegen, hoe ze zich beveiligden,...
Of hoe ons volk allerlei dingen ontwikkelde zoals kaas maken, vlees bewaren door kruiden en zouten en roken, fruitkelders onder de grond, hoe ze bier en wijn maken (om fruitsap te bewaren), hoe ze met kruidengeneeskunde heel veel konden doen, bouwtechnologie voor bruggen en kathedralen, veredeling van gewassen, levensfilosofie, enz...
Hoe beschavingen van de ene naar de andere plaats gebracht werden.
Of als ze de verbanden tussen alle grote feiten zouden leren. Bijvoorbeeld hoe criminele organisaties met false-flag aanslagen oorlogen starten.
Maar dat leer je allemaal niet: niets, nul, nada. Het enige wat wij geleerd hebben, is een eindeloze, betekenisloze lijst van datums, oorlogen en namen van moordenaars (die zichzelf koning noemden of zo). Met nul verband, nul inzicht, nul samenhang. Daar ben je dus echt geen [term voor mannelijke geslachtsdelen] mee. Dus al die nonsens moet je helaas rot van buiten leren tot aan het examen. Ondertussen ben ik 99% alweer vergeten.
Bij wetenschappelijke vakken zoals chemie, fysica, elektriciteit, biologie haalde ik altijd makkelijk 90%, omdat die gebaseerd zijn op waarheid, logische samenhang, gezond verstand, aantoonbare proeven, natuurwetten, en zo. Bij [term voor vrouwelijke geslachtsdelen]-vakken zoals geschiedenis haalde ik met heel veel moeite 50%. Net omdat je de waarheid niet mag weten, omdat het om verdraaide feiten gaat, zonder voor ons zichtbare samenhang. Maar eens je dat snapt, is het ook weer gemakkelijker om al die gewichtigdoenerij in het juiste perspectief te plaatsen, om er doorheen te kijken. Maar dat moet je niet luidop zeggen tegen je leraar. Geef als een papegaai gewoon de datums en namen die hij vraagt...