Beste M, Zoals J18 al zegt is jouw beeld van hoe het werkt wat al te simpel. Je weet waarschijnlijk al dat er van elk gen twee zijn. Een is actief, die wordt dominant genoemd, de andere is als het ware reserve en wordt recessief genoemd.
Genen zijn een soort malletjes waarmee moleculen worden gemaakt voor de opbouw van je lichaam. In het ideale geval zijn die twee genen met dezelfde functie iets verschillend. Heterozygoot wordt dat genoemd. Ze kunnen ook precies hetzelfde zijn, dan zijn ze homozygoot.
Veel homozygote genen is slecht. Als zo'n gen kapot is dan heb je geen reserve want het andere is dan ook kapot. Je hebt een erfelijke ziekte. Dat komt vaak voor bij kinderen die ouders hebben die nauw aan elkaar verwant zijn, zoals bij neef-nicht huwelijken. Zo iets heet inteelt.
Fokkers en telers van dieren en planten doen zo iets expres of een raszuivere lijn te krijgen, maar eigenlijk is het dus slecht. Vandaar dat je met een rashond zo vaak bij de dierenarts zit. Wat plantentelers doen is twee inteeltlijnen kweken met zoveel mogelijk homozygote genen, maar voor die twee lijnen verschillend, en die dan met elkaar kruisen. Dan krijg je een hybride plant met alleen maar heterozygote genen met extra goede eigenschappen. F1 hybride staat dan op het zaadpakje en het is extra duur. F van Filius en 1 van eerste generatie.
Nu de voortplanting. Je ouders hebben samen vier sets genen. Een eicel en een zaadcel hebben maar een set en de genen die daar inzitten zijn een willekeurige selectie van die vier sets van je ouders. Elke zaadcel en elke eicel is dus verschillend en daardoor zijn de kinderen ook allemaal verschillend. Dat komt dus niet doordat er iedere keer een andere postbode langs kwam die twee keer aanbelde.
Jij en je broertje zijn dus geen bijna tweelingen. Hoe minder jullie op elkaar lijken hoe beter het feitelijk is want des te meer heterozygote genen hebben jullie ouders, en jullie dus ook, en des te minder kans op erfelijke ziektes.
Jij en je broertje zijn unieke individuen met verschillende kenmerken en eigenschappen en dat zijn jullie misschien latere kinderen ook. Als ze met DNA verwantschap onderzoeken dan kijken ze ook niet naar de genen maar naar patronen in het DNA.
Misschien is dit een mooi onderwerp voor een spreekbeurt. Het is een fascinerend en wonderbaarlijk iets. Op Youtube zijn er wel filmpjes te vinden hoe het er in een cel toegaat. Het is bijna niet te geloven dat zo iets kan bestaan.