Ik begon op m’n 14e met roken. Ik werd toen op school best gepest en zat daardoor vaak niet lekker in m’n vel. Roken werd voor mij een soort ontsnapping. Thuis wist niemand ervan, tot mijn ouders er bijna een jaar later achter kwamen.
Ik dacht echt dat ik zwaar de lul was, maar dat viel gelukkig mee. Ze waren natuurlijk niet blij, maar begrepen ook dat ik inmiddels verslaafd was en wilden voorkomen dat ik het stiekem bleef doen. Daarom mocht ik thuis roken, eerst alleen buiten in de tuin omdat zij zelf niet roken.
Een paar maanden later was het buiten koud en regende het hard. Ik zat verdrietig in de woonkamer omdat ik weer last had gehad van het pesten en wilde graag een sigaret opsteken. Terwijl we praatten over wat er op school was gebeurd en hoe het verder moest, hadden mijn ouders erg met me te doen. Toen zeiden ze ineens dat ik deze keer binnen mocht roken.
Dat vond ik echt spannend. Ik pakte een sigaret en twijfelde even voordat ik hem aanstak. Normaal moest ik altijd naar buiten, en nu zat ik gewoon bij mijn niet-rokende ouders in de woonkamer te roken. Het raam ging op een kier en ik kreeg een kopje om als asbak te gebruiken. De eerste paar trekjes keek ik steeds naar hun reactie. Ik verwachtte half dat ze alsnog zouden zeggen dat ik naar buiten moest, maar ze bleven rustig zitten en praatten gewoon verder. Langzaam ontspande ik en begon het gevoel te komen dat ik daar echt gewoon mocht roken.
Na die eerste keer bleef het nog wel iets bijzonders. De volgende keer dat het hard regende, vroeg ik voorzichtig of ik weer binnen mocht roken. Ik verwachtte eigenlijk dat ze nee zouden zeggen, maar ze vonden het goed zolang het raam openstond.
Daarna gebeurde dat nog een paar keer. Eerst vroeg ik het telkens netjes, vooral omdat ik zelf ook nog het gevoel had dat binnen roken eigenlijk niet hoorde. Maar omdat mijn ouders er steeds minder van opkeken, werd het langzaam normaler. Op een gegeven moment hoefde ik bij slecht weer bijna niet meer te vragen; als ik mijn sigaretten pakte en het raam op een kier zette, wisten ze eigenlijk al genoeg.
Voor mij blijft het toch best spannend. Gewoon thuis, bij mijn niet-rokende ouders, een sigaret opsteken. Elke keer voelt dat een beetje alsof ik aan het uitproberen ben waar de grens ligt.