Dat soort pesters zijn echte losers die het niet kunnen hebben dat iemand anders beter is of meer heeft dan zij zelf. En dus proberen ze anderen omlaag te trekken, inplaats van zichzelf op te werken.
Zulke etters mogen ze voor mijn part deporteren naar een onbewoond eiland, dan kunnen ze elkaar daar opvreten. Vroeger werden die naar Australie verbannen, maar dat gaat helaas niet meer.
Ik vind: zelfs als iemand's karakter je niet ligt, dan kan je daar nog altijd hoffelijk tegen zijn. Je moet geen dikke vrienden zijn, maar je kan je wel correct en beleefd gedragen, zonder anderen het leven zuur te maken.
Houd altijd in gedachten dat hun woorden alleen maar een weerspiegeling zijn van hun gedachten. Zoals een luidspreker die altijd dezelfde plaat afdraait. In dit geval een walgelijke plaat. Dus hun woorden zeggen niets over jou, of niets over dat mooie meisje, maar alles over hun eigen zieke geest. Een luidspreker die hun eigen zieke geestesplaat afdraait. Eens je dat echt beseft, kunnen ze je bijna niet meer kwetsen met woorden, dan glijden die van je af. Dan lag je ermee.
Fysiek kunnen ze je misschien wel nog iets aandoen, maar daar moet je direct korte metten mee maken: dat soort onmensen verstaat alleen fysieke kracht, want intellectueel en ethisch kunnen ze sowieso niet mee, anders zouden ze om te beginnen al niet zo zijn. Dat is zoals strontvliegen: die je moet ook wegkloppen, die verstaan ook geen rede en geen gezond verstand. Dus ofwel zelf terugslaan als je sterk genoeg bent, of anders naar de directie of politie, zodat er een dossier is.
Toen een arrogante dikke nek die een kop groter was dan ik, mij eens dacht te gaan pesten en kleineren, geleidelijk erger en erger, heb ik hem onverwacht eens goed bij de keel gegrepen en daar goed mijn vingers in gezet, en hem toegesist of hij echt wou vechten? Hij schrok zich rot. Sindsdien gedraagt hij zich vriendelijk en correct, zoals het hoort. Meestal zijn die pesters niet alleen dom, maar ook lafaards, ze pakken alleen de zwaksten, of wat ze denken dat de zwaksten zijn. Nu hij bijgedraaid is en zich fatsoenlijk gedraagt, gedraag ik mij naar hem toe ook hoffelijk en correct. We zijn geen echte vrienden, maar ik kan er een normaal gesprek mee voeren, of dingen bespreken of zo.