Ik ben in mijn leven heel vaak als 'raar' beschouwd. Op de basisschool al: ik had andere hobby's en interesses dan veel andere kinderen. Het leidde er uiteindelijk toe dat ik gepest werd. Ik had zelf niet eens door dat het echt pesten was en vertelde het daarom niet - ik dacht dat het alleen maar als 'pesten' telde als er echt geweld werd gebruikt, niet als het ging om dingen als schelden, spullen afpakken enzovoort. Toen het er uiteindelijk toch uitkwam, maakten mijn ouders er meteen werk van en probeerden ervoor te zorgen dat mijn basisschool iets aan het pesten deed, maar er werd weinig meegewerkt. Dat was misschien nog wel het ergste - dat de leraren die mij moesten beschermen, ook vonden dat ik 'raar' was.
Ik had uiteindelijk zelfs woedeaanvallen, waarvoor mijn school me naar een psychologe stuurde. Na een paar sessies vroeg mijn psychologe mijn ouders waarom ze hier toch waren: er bleek niets met me aan de hand te zijn, ik was gewoon zwaar gefrustreerd door al het gepest.
Op het dieptepunt schreeuwde ik uit dat ik mislukt was. Gelukkig hebben mijn ouders me altijd gesteund, anders was ik als kind van rond de acht depressief geworden. Uiteindelijk vonden we een fantastische nieuwe school, waar veel aandacht besteed werd aan sociale vaardigheid en iedereen mocht zijn wie hij/zij was; hier heb ik met plezier de basisschool afgerond.
Op de middelbare school keerde het gepest echter weer een beetje terug. Het bleef vooral bij incidenten en geroddel, maar ik voelde me niet op mijn plek en maakte moeilijk vrienden. Wederom had mijn mentor helaas weinig begrip voor mijn situatie en ik voelde me niet gelukkig.
Inmiddels gaat het veel beter. Langzaam maakte ik vrienden op de middelbare, vaak mensen die zelf buiten de groep vielen. Uiteindelijk vond ik een vriendengroep bij een van onze schoolkranten. In de bovenbouw had ik een geweldige mentor; bovendien merkte ik dat mijn jaargenoten elkaar steeds meer gingen accepteren en dat er steeds minder gepest werd. Uiteindelijk was ik niet meer 'raar', maar begonnen mensen me te mogen juist omdat ik mezelf was. Nu tijdens mijn studie heb ik al helemaal een groep gevonden waar ik thuishoor.
Maar een pestverleden blijf je met je meedragen. Het tast je beeld van mensen aan. Toen ik bij mijn studie binnen minder dan een half jaar vrienden maakte, was ik oprecht verbaasd dat dit lukte: ik was eraan gewend dat mensen me raar vonden en dat ik een buitenbeentje was. Ik herinner me nog dat ik in het laatste jaar van de middelbare school bleef nakletsen met wat mensen op school; ik belde naar mijn ouders en zei, half voor de grap, maar toch ook half serieus: "Ik heb tegenwoordig vrienden." En een woord dat me nog steeds heel veel pijn doet, is het woord 'raar'. Het klinkt misschien onschuldig, maar echt, met dat woord sluit je mensen buiten, zonder je ze af, maak je ze tot een 'ander' die er nooit bij zal horen.
Ik ben blij dat ik mezelf ben gebleven en me nooit heb aangepast aan wat klasgenoten van me verwachtten. Natuurlijk, het is belangrijk om je een beetje sociaal te gedragen, geen mensen te kwetsen en andere mensen te behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, maar meer mogen mensen niet van je eisen. Hoe je je kleedt, hoe je praat, hoe je denkt, wat je hobby's en interesses zijn, dat bepaal je zelf. Ongeacht wat anderen ervan zeggen.
Hopelijk kun je hier iets mee, jongen 14!