TRUE STORY

Door de ogen van Jay (20): overleven zonder vaste slaapplek

Dit is een true story. Namen, plaatsen en details zijn aangepast zodat 'Jay' anoniem blijft. De beelden zijn met AI gegenereerd (natuurlijk niet de foto van jongerenwerker Wana;)

In ‘Door de ogen van…’ lees je verhalen van jongeren die (even) vastliepen. Van problemen thuis, struggles met seksualiteit, met school tot verslaving en criminaliteit: hun verhalen kunnen over van alles gaan.

In deze blog vertelt Jay (20) hoe hij op jonge leeftijd dakloos raakt.

Als je geld nodig hebt, is er op straat altijd wel iemand die je kan helpen. Iemand die een oplossing heeft, een manier om snel geld te verdienen. Als ik niet weet waar ik die avond slaap of hoe ik aan eten kom, is de vraag of een klusje illegaal is wel het laatste waar ik mee bezig ben.  
 
Ik weet niet waar ik slaap vanavond.  
Ik weet niet waar ik slaap vanavond. Dat gebeurt wel vaker. Soms kan ik een tijdje op een leefgroep blijven, tot het weer misgaat. Ik ben een heethoofd, altijd al geweest. Als ik onrecht proef, ontplof ik.  Net op het moment dat ik ergens begin te settelen, moet ik weer weg. En dan begint het weer opnieuw: 
Waar slaap ik vanavond?  
Hoe kom ik aan eten?  
Hoe kom ik aan geld?  
 
Op de dagen dat ik dakloos ben, vertel ik niemand hoe het echt zit. Als mensen vragen hoe het thuis gaat, zeg ik dat alles goed is. Vragen ze waar ik woon, dan noem ik gewoon een adres. Je doet een masker op en je gaat door.  

Als je reputatie wegvalt, ben je niks.  
Op straat kan je geen zwakte laten zien. Je draagt dure schoenen en mooie kleding. Niet omdat je rijk bent, maar omdat status je beschermt. Als je reputatie wegvalt, ben je niks. Ik heb geen woonadres en dat maakt het lastig om werk te vinden. Als iemand dan zegt dat hij wel een manier weet om aan geld te komen, dan doe ik dat. Het zijn dingen waar ik niet trots op ben, maar als je honger hebt en niet weet waar je vanavond slaapt, dan boeit het niet. Je wilt gewoon surviven. 
 
Mijn verhaal in het kort  
Ik ben twaalf als mijn moeder overlijdt. Vanaf dat moment verandert alles. Eerst woon ik nog even bij mijn stiefvader, maar dat werkt niet. Ik voel me daar nooit echt thuis. Daarna ga ik naar opa, tot ook dat niet meer kan. Hij wordt ouder en jeugdzorg besluit dat hij niet langer voor me kan zorgen.  
 
Ik kom terecht op een leefgroep. Daarna nog één. En daarna nog één. Iedere keer hetzelfde: nieuwe begeleiders, nieuwe regels, nieuwe jongeren en iedere keer weer opnieuw mijn verhaal vertellen. Wie ben ik? Wat is er gebeurd? Hoe moeten mensen met me omgaan? Op een gegeven moment ben ik daar gewoon klaar mee.  

Op een leefgroep woon je niet voor altijd. Op mijn achttiende ben ik officieel volwassen, volgens de wet dan. Ik heb geen ouders waar ik op terug kan vallen. Geen familie die zegt: “Kom maar hier totdat je iets hebt gevonden.” Als het misgaat, moet ik het zelf oplossen. Dat lukt de ene keer beter dan de andere. Soms heb ik een plek waar ik een tijdje kan blijven of slaap ik op de bank bij iemand. Andere keren sta ik buiten en begint het weer opnieuw.  
Waar slaap ik vanavond? 
Hoe kom ik aan eten? 
Hoe kom ik aan geld?

Van een kale kip kan je niet plukken 
Mijn schulden lopen op: boetes, mijn zorgverzekering en telefoonrekeningen blijven liggen, omdat ik eten kies boven de rest. Mensen zeggen weleens dat je van een kale kip niet kan plukken, maar ik woon wel in Nederland. Ze wachten gewoon tot de veren weer zijn aangegroeid en dan plukken ze die alsnog. Ik ben gewend om alles zelf op te lossen, dat is wat ik altijd doe. Tot ik op een dag Wana tegenkom.  
 
Ze is een jongerenwerker bij JOU. In het begin is ze voor mij zoals alle andere hulpverleners. Iemand die vragen stelt, even blijft en dan weer verdwijnt, maar Wana blijft terugkomen. Ze maakt een praatje met me als ze me op straat tegenkomt en vraagt hoe het met me gaat. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Ook als ik kortaf ben en haar steeds weer wegstuur. Langzaam merk ik dat ze anders is.  
 

“Blijf waar je bent, ik kom nu naar je toe.” 
Ik zit op een bankje in het Griftpark, waar ik vaker kom. Ik weet niet hoe lang ik hier al zit, met mijn telefoon in mijn hand. Ik staar naar Wana's naam, leg mijn telefoon weer weg, pak hem opnieuw en druk dan toch op bellen. "Waar ben je?" vraagt ze. “Griftpark".

“Blijf waar je bent, ik kom nu naar je toe”, zegt ze en we hangen op. Nog geen half uur later staat ze voor me. "Vertel." Ik kijk om heen. Mensen met honden lopen langs, alles gaat gewoon door. Alleen bij mij voelt het alsof alles al maanden stilstaat.

"Ik ben moe." Wana zegt niets, ze kijkt me alleen aan. "Ik ben het zat om iedere dag te doen alsof alles goed gaat, alsof mijn leven op orde is, terwijl alles onzeker is. Ik heb geen huis. Ik blijf maar achter alles aanlopen. Ik ben alleen maar bezig met geld regelen, status hooghouden en zorgen dat ik iets te eten heb. Mijn schulden blijven ook maar oplopen." Ik haal mijn handen door mijn haar. "Ik vertrouw niemand meer. Alles voelt als een gevecht: slapen, vriendschap, geld, status... Alles." Mijn stem slaat over. "Ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen."

Ik probeer verder te praten, maar het lukt niet meer. Ik huil. Alles wat ik al die tijd voor mijzelf heb gehouden, komt eruit. Dat ik bang ben. Dat ik me alleen voel. Dat ik niet meer weet hoe ik dit vol moet houden.  Wana onderbreekt me niet, ze blijft gewoon naast me zitten en laat me uitpraten. Pas als ik weer een beetje rustig ben, begint ze te praten. "Jay... je bent niet alleen." Ze wacht even. "Dit gaan we samen doen."

Mijn eigen plekje. 
De dagen daarna laat Wana me niet los. Ze belt en appt vaak om te vragen hoe het gaat. Als ze zegt dat ze langskomt, dan staat ze er ook. Iedere keer weer. Niet veel later krijg ik de sleutel van mijn eigen plek!  Ik loop van de woonkamer naar de slaapkamer en weer terug. Even blijf ik gewoon stilstaan. Voor het eerst in lange tijd hoef ik niet meer na te denken over waar ik vanavond slaap. 

"Nu is het echt jouw plek." 
Een paar dagen later staat Wana opnieuw voor mijn deur. "Kom, we gaan even weg." “Waarheen?”, vraag ik. “Dat zie je zo wel.” Na een kwartier rijden we de parkeerplaats van IKEA op. "Serieus?", vraag ik. Ze lacht. "We gaan je huis inrichten."

Samen lopen we door de winkel. We zoeken een bed uit. Een tafel, stoelen, borden, bestek. Gewoon de eerste spullen die je nodig hebt. Ik had nooit gedacht dat ik door de IKEA zou lopen om spullen voor mijn eigen huis uit te zoeken.  
 
Aan het eind van de middag zetten we de laatste doos in de woonkamer. Wana kijkt om zich heen. "Zo..." Ze glimlacht. "Nu wordt het echt jouw plek." 
 
Mijn advies 
Als ik nu thuiskom van mijn werk, voelt het soms nog steeds gek dat ik gewoon mijn eigen voordeur open. Ik werk bij de gemeente als belader, ben bezig met mijn vrachtwagenrijbewijs en heb het goed.

Als jij iets uit mijn verhaal meeneemt, hoop ik dat het dit is: probeer niet alles alleen te dragen. Ik weet hoe moeilijk het is om iemand te vertrouwen. Ik dacht ook dat ik alles zelf moest oplossen, tot ik Wana belde. Dat ene telefoontje voelde op dat moment als de moeilijkste stap die ik ooit had gezet, maar achteraf bleek het de belangrijkste.

Hoe kom ik eruit?
Herken jij jezelf in dit verhaal? Of misschien een goede vriend(in)? En kan je ook wel wat steun, een luisterend oor en hulp gebruiken?

Zoek én accepteer hulp!
Je kunt altijd bij een jongerenwerker (individueel begeleider) terecht. Zij zijn er om jou te helpen!
Je kunt vertrouwelijk appen met een jongerenwerker via WhatsUp (zie roze icoontje). Zij kunnen je in contact brengen met een individueel begeleider van JOU in jouw wijk of in Nieuwegein.