Tien tellen zachtjes rukken, tien tellen niet rukken, twintig tellen zachtjes rukken, twintig tellen niet rukken.
Dertig tellen heel zachtjes rukken, dertig tellen niet rukken.
Wachten tot je piemel weer slap wordt en dan herbeginnen met je andere hand dan die waarmee je het gewoonlijk doet, voor mij en voor enkele andere jongens is het precies of je door iemand afgetrokken wordt.