Jij drinkt altijd thee. Hij/zij drinkt thee als hij/zij tegenwoordig is, ...
Bij de meeste werkwoorden bestaat de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd uit de stam + de uitgang -t: hij vindt, hij racet, ze bevestigt, ... Maar de onregelmatige werkwoorden willen, kunnen, zullen en mogen zijn daarop een uitzondering. De vorm voor de derde persoon enkelvoud is bij die werkwoorden gelijk aan die voor de eerste persoon: zij kan, zij zal, zij mag, zij wil.
On topic: Je moet haar wil sowieso respecteren en dit doe je ook wel, denk ik. Je mag en kan hier uiteraard wel over praten met haar. Niet om aan te dringen, maar om dit uit te klaren.